Wat valleien ons vertellen

De Gete, Demer en Dijle zijn meer dan rivieren — het zijn landschappen vol verborgen verhalen. In een boeiend interview met Eline Lathouwers (Centrum voor Agrarische Geschiedenis) ontdek je hoe natuur én mens samen het valleilandschap hebben gevormd, van de prehistorie tot vandaag. Bezoek de expo Valleien vertellen in de vallei zelf, luister via QR-codes naar podcastverhalen of laat je verrassen tijdens het Grote Ge(k)tefeest op 14 september in Drieslinter.



Delen

De valleien van de Gete, de Demer en de Dijle getuigen van een eeuwenlange wisselwerking tussen mens en natuur.

Het landschap van vandaag was er niet steeds. Het is tot stand gekomen door een eeuwenlang samenspel van natuurlijke processen zoals sedimentatie, erosie en klimatologische veranderingen, maar ook door menselijke activiteiten als landbouw, bewoning en ontspanning.

In de valleien zijn nog heel wat sporen van die evoluties terug te vinden, maar ook in archieven, bibliotheken, musea en bij mensen thuis. Het project “Valleien vertellen” toont dat erfgoed in woord, beeld en geluid.

In gesprek met projectmedewerker Eline Lathouwers van het Centrum voor Agrarische Geschiedenis, komen we meer te weten over wat die valleien ons nu juist vertellen. Uiteraard zijn we extra nieuwsgierig naar het verhaal van de Getevallei…

© Eline Lathouwers

Projectmedewerker Eline Lathouwers

Vanwaar komt jouw fascinatie voor het ontstaan en de evolutie van valleien, Eline? 

Hoewel we vandaag regelmatig de valleien opzoeken, om er van de natuur en rust te genieten - al wandelend of per fiets - weten we er, denk ik, weinig over. Toegegeven, het is ook niet altijd duidelijk waar de vallei begint of hoe rivier en vallei op elkaar inspelen. Welke natuurlijke mechanismen schuilen daarachter, die dan ook mede verklaren waarom een vallei breed dan wel smal is, vaak of net minder vaak overstroomt, enzovoort?

En dan hebben we het nog maar over de natuurlijke factoren gehad, minstens even interessant voor mij (als historica) is wanneer de mens mee in het spel komt. Want die heeft de vallei heel geleidelijk naar zijn/ haar hand gezet, haast letterlijk vormgegeven, gewoon door er te leven en te werken: we zijn al vroeg aan landbouw gaan doen - zo’n 7000 jaar geleden doken de eerste boeren op in de Getevallei (er zijn bijvoorbeeld sporen ontdekt in de vallei van de Kleine Gete in Wange). We hebben rivieren rechtgetrokken, het water vervuild (ons niet altijd bewust van de ecologische gevolgen), huizen gebouwd en ga zo maar voort.

Misschien zijn we teveel afgeleid door wat of wie we op ons pad tegenkomen, om vragen te stellen bij het landschap waarin of de bodem waarop we lopen. Laat staan de rivier waarlangs we slenteren.

Als we aan het ontstaan van onze valleien denken, dan begint dat verhaal miljoenen jaren geleden, lang voor er hier mensen rondliepen. Je kan je niet voorstellen hoe de Getevallei er in die tijd uitzag (zo’n 12 000 jaar geleden, nog voor de laatste ijstijd). Of beter gezegd: nog niet. Want eenmaal de expo er staat, kan iedereen zelf op ontdekking komen!

Speuren naar oude valleiverhalen is ook gewoon leuk en veelzijdig. Of je nu in het archief zit (hangend over oude documenten die je probeert te ontcijferen), op terrein (tijdens een boorcampagne) of in gesprek met een oude valleibewoner. Alles begint met nieuwsgierigheid, of dat is althans bij mij zo.

Ook boeiend is dat, hoewel onze valleien er altijd al waren, ze toch voortdurend in verandering zijn. Dat is eigen aan een landschap (en zeker als er water doorstroomt). Niet iedere verandering is zichtbaar in een mensenleven. Daarom is het net zo belangrijk om de vorming van de valleilandschappen in perspectief te plaatsen en over een veel langere termijn te bestuderen. We gaan terug tot in de prehistorie.

Werken aan de vallei van morgen en ze klimaat robuust maken, kan beter met kennis van het valleiverleden. Wat was er vroeger en hoe zijn we dan op dit punt beland – dat is een vraag die ik mezelf graag stel.  

Het project “Valleien vertellen” toont in woord en beeld hoe onze valleilandschappen zijn ontstaan en veranderd, maar daarbij stel je ook vast dat onze kijk op vallei- en waterbeheer erg gewijzigd is. 

Met dit project willen we mensen informeren of beter nog, enthousiasmeren over het ontstaan en de evolutie van de valleilandschappen van de Gete, de Demer en de Dijle. Er gebeurde al heel veel wetenschappelijk basisonderzoek naar verschillende aspecten van de valleigeschiedenis. Maar dat zit zowat gevangen binnen de muren van de universiteit. Wat we doen met “Valleien vertellen” is al het relevante materiaal bij elkaar brengen, om het dan vervolgens op een bevattelijke manier naar buiten te dragen. We doen het in de eerste plaats voor de mensen (met vallei- en streekbewoner als voornaamste doelpubliek), maar ook met hen. We gaan in dialoog, of liever in gesprek over ...

Door verhalen te delen, bijvoorbeeld via onze website (valleienvertellen.be) of via een podcast aflevering, komen er ook weer nieuwe bovendrijven. En, ook niet onbelangrijk: kennis uit het verleden wordt op deze manier duurzaam bewaard, op het Centrum voor Agrarische Geschiedenis, voor volgende generaties.

Wat heb je dan specifiek over de evolutie van de Getevallei ontdekt? Welke zijn de belangrijkste veranderingen die de Getevallei doorheen de eeuwen ondergaan heeft?

Dat kan je helemaal zelf komen ontdekken op onze expo!

Het uitzicht van de vallei is sterk veranderd. Je kan hier natuurlijk uren over uitweiden, maar in grote lijnen komt het hierop neer:

Tijdens de laatste Ijstijd (in een bar en koud klimaat met veel wind) was de vallei kaal, verwilderd, en lag er zand. Na de laatste ijstijd, wanneer het klimaat opwarmt, verandert de vallei in een groot oerbos waardoor verschillende kleine waterloopjes als in een vlecht door elkaar stromen (12000 tot 3000 jaar geleden). In de periode daarna (van 3000 tot de 1ste eeuw voor Christus) - jagers-verzamelaars en ook de eerste boeren trekken ondertussen rond in de vallei - vinden de eerste ontbossingen plaats, dan nog op kleine schaal en vooral op de valleiflanken.

De ontbossing zet een proces van erosie op gang, waardoor leem afstroomt van de helling en zich gaat ophopen beneden in de vallei. De rivier wordt daardoor meanderend, of slingerend, en raakt klem in lemen oeverwallen. De vele strengen in de vlecht worden stilaan één kronkelende waterloop met zijlopen. In de periode van de 1ste eeuw v.C. tot 5de eeuw gaan de Romeinen op grotere schaal aan landbouw doen en leggen ze ook wegen aan. Het zijn vooral de hoger gelegen, vruchtbare gronden die minder bebost zijn, de zogenaamde ‘leemplateaus’.

Ontbossing in de vallei begint eigenlijk pas in de Middeleeuwse periode, wanneer men valleibossen gaat omzetten in beemden. Deze fungeren tot in de 18de eeuw als graasweiden voor runderen, paarden en ook schapen, en ook voor het hooien. Beemden zijn dan nog veelvuldig omringd door houtkanten die dienstdoen als omheining en waar ook veel geriefhout werd uit gehaald. Later wordt een deel van de beemden omgezet in akkerland, vooral rond de Kleine Getevallei.

In vergelijking met de valleien van Demer en Dijle, blijven graslanden in de Getevallei lang domineren. Bijgevolg bleef het landschap misschien meer open. Wel was er fragmentering van landgebruik en doken populieren op in de vallei (20ste eeuw).

Wat akkerbouw betreft, was typisch voor de Getevallei in de Middeleeuwen de teelt van verfplanten om textiel te verven. Daarover ontdek je alles in de tentoonstelling en via allerlei activiteiten tijdens het Grote Ge(k)tefeest in Drieslinter op 14 september!

© Regionale Landschappen

Maarten van Valckenborch (1535-1612), Rivierlandschap met hooiende boeren en zicht op kasteel van Heverlee, ca. 1600. Bewaarplaats onbekend. Foto KU Leuven, Dienst Kunstpatrimonium.

© Bart Heirweg

Wat kan je nog meer onthullen over de expo?

Het is een heel diverse tentoonstelling (voor elk wat wils) en heel laagdrempelig. Ze toont hoe de valleilandschappen evolueerden. Tegelijk wordt verteld hoe de mens daarop ingespeeld heeft. De boodschap die we willen meegeven is dat de valleien van de Gete, de Demer en de Dijle al eeuwen in verandering zijn (en nog steeds!). Wat veroorzaakt die verandering? Uiteindelijk is het altijd een combinatie van natuurlijke processen en menselijke ingrepen. Net dat maakt valleigeschiedenis zo boeiend.

De expo staat dan ook op de plek waar ze het best staat: namelijk in de vallei. Ze is zelfs vormgegeven als een rivier (die door het landschap kronkelt). De ideale plek dus om te verpozen tijdens een wandeling of fietstocht en intussen bij te leren over valleigeschiedenis. Het loont trouwens ook de moeite om de drie valleien aan te doen, want in elke vallei wordt er naast het algemene verhaal ook een specifiek verhaal over die vallei verteld. Het regionaal landschap en de andere partners organiseren allerlei leuke activiteiten om het verhaal van de vallei op allerlei manieren te vertellen.

Wie even geen zin heeft om te lezen, kan de vallei in staren of een QR-code scannen om naar een podcastverhaal te luisteren. Ook over de vallei, uiteraard!

En tot slot: in 2026 verschijnt een landschapsbiografie van Demer, Dijle en Gete. Het wordt een heel leesbaar boek, met veel afbeeldingen - gebaseerd op eerder wetenschappelijk onderzoek. Ideaal om in te kijken, en geboeid te lezen. 

“Valleien vertellen” is een bovenlokaal cultuurproject dat loopt van juni 2024 tot juni 2026. Het wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid. Het Centrum Agrarische Geschiedenis coördineert het project. CAG krijgt verder (financiële) steun van Regionale Landschappen Dijleland, Noord-Hageland en Zuid-Hageland, provincie Vlaams-Brabant en KU Leuven. Andere partners zijn Natuurpunt, De Vlaamse Waterweg, de Vlaamse Milieumaatschappij, Agentschap Natuur en Bos, Agentschap Onroerend Erfgoed en Toerisme Vlaanderen, de IOED’s Zuid-Hageland, Portiva en WinAr, de Haachtse Geschied- en Oudheidkundige Kring (HAGOK), Landelijke Gilden en Stedelijk Museum Aarschot.

Ook fan van dit soort artikels? Ze verschijnen in onze gratis landschapskrant. Ontvang hem zelf ook, digitaal of op papier!

Meld je aan!