Van bieten- en fruitspoor tot onverGETElijke fiets- en wandelverbinding door de Getevallei.
Het Groene Spoor baant zich een weg doorheen het landschap van de Getevallei. De Getevallei is een plek met een hoge natuurwaarde en een rijke geschiedenis. In 1864 werd verrassend beslist om een industriële spoorlijn te creëren tussen Tienen en Diest. De spoorlijn in de Getevallei werd in 1878 in gebruik genomen. Een jaar later werd de vertakking naar Sint-Tuiden, het zogenaamde ‘Fruitspoor’, een feit. In de 20ste eeuw raakten deze spoorlijnen in onbruik maar kregen ze nieuwe invullingen als fietsroute of trage weg.
Je ziet het spoor-DNA nog in de stationsgebouwen van Oplinter, Neerlinter, Drieslinter, Budingen en Geetbets, maar ook in de vegetatie die we vandaag nog langs het spoor terugvinden. Stoomtreinen strooiden immers steenkool uit tussen de bielzen en dat zorgt vaak voor warme en droge milieus met een specifiek biotoop tot gevolg.
Vandaag zien we natuurlijk geen treinen meer passeren. De sporen ruimden plaats voor een betonnen pad voor fietsers en voetgangers. Langs dit spoor kan je via borden, wandelingen of andere info- en rustpunten bijleren over de identiteit van het Groene Spoor: haar ligging in de Getevallei, haar geschiedenis als kolenspoor, haar rol in de Getelinie tijdens de 1ste Wereldoorlog, welke diersoorten er zich in de berm kunnen bevinden… kortom, een onverGETElijke ontdekking!
Het Groene Spoor werd als hefboomproject geselecteerd binnen het Strategisch Project Getestreek. De fietslijn is immers door Vlaanderen als ‘fietssnelweg’ aangeduid. Tegelijk doorkruist het Groene Spoor de belangrijkste groengebieden en valleigebieden van de streek. Daardoor is het een ‘as’ met veel potentieel als (bio)divers geheel van natuurgebieden, lint door de vallei en recreatieve belevingsas. Het strategisch project zorgde voor en uitgebreid traject met tal van participatiesessie en expertengroepen, om tot een gedragen inrichtingsvisie voor dit groene lint te komen.
Ondertussen werd ook op het terrein gewerkt. Dankzij subsidies van Toerisme Vlaanderen en provincie Vlaams-Brabant, kon op vijf plekken langs het Groene Spoor een ‘Geetway’ aangelegd worden: op deze charmante rustpunten, ontworpen met een knipoog naar het spoorverleden, kan je het verhaal en de troeven van het omliggende landschap ontdekken.
De gemeenten Linter, Geetbets en Zoutleeuw tekenden ook in op subsidies vanuit het Vlaamse Houtkantenplan, om de biodiversiteitswaarden langs het Groene Spoor te versterken met het aanplanten van houtkanten en bomenrijen op goed gekozen plekken. De dwergvleermuizen zullen hier alvast blij mee zijn.